Leerkrachten worden steeds meer geconfronteerd met kinderen, die hun eigen, speciale behoeften hebben. In het voorbeeld hiernaast heeft Petra ADHD. En Maurice heeft ODD. Petra kan zich moeilijk concentreren op haar werk, zit voortdurend te wiebelen en praat door de klas. Maurice reageert (verbaal) agressief en weigert om zijn werk te doen. Petra en Maurice gedragen zich allebei anders. Maar toch kunt u met eenzelfde aanpak tegemoetkomen aan de eigen, speciale behoeften van beide kinderen…

Doorkijkje

Petra wipt heen en weer op haar stoel, met een rekenmachine in haar hand. “Hé, als ik 707 intyp en de rekenmachine op z’n kop houd, staat er LOL,” zegt Petra tegen haar buurjongetje. Maar dan schrikt ze op. “Petra, het is wel de bedoeling dat de hele taak straks af is!” hoort ze de juf zeggen. Petra kijkt in haar schrift. De bladzijde is nog leeg. Welke opgaven moet ze ook alweer maken? Gelukkig hoeft ze niet alle sommen te doen. De meeste zien er erg saai uit. Petra kijkt naar de andere kinderen in haar groepje en ziet Maurice, die mokkend aan zijn tafeltje zit. “Wat zit jij nu weer te kijken, domme griet!” snauwt hij. Maurice doet altijd zo onaardig. De juf moppert vaak op hem. En het lijkt wel alsof de hele klas ruzie met hem heeft. Hij is boos om niks. Hij denkt steeds dat anderen het op hem gemunt hebben. En als de juf hem een opdracht geeft, dan wil hij die nooit maken. Stom joch! Want hij verpest altijd de sfeer in de klas! Petra kijkt in haar boek. De verhaaltjessom lijkt haar wel leuk. Snel leest ze de opgave door, berekent iets wat niet gevraagd wordt en levert vervolgens haar werk in bij de juf. Die vraagt zich af waarom Petra de verkeerde sommen heeft gemaakt en waarom een groot deel van het werk niet af is. Ook ziet de juf op tegen de strijd met Maurice. Want die heeft deze les wéér niks uitgevoerd…

ADHD

ADHD (attention deficit hyperactivity disorder) is de Engelse afkorting voor aandachtstekortstoornis, met of zonder hyperactiviteit. Kinderen met deze stoornis hebben last van een of meer van de volgende kenmerken:

  • Aandachtsproblemen
    Kinderen vinden het bijvoorbeeld moeilijk om taken af te maken en verleggen hun aandacht snel naar andere dingen in hun omgeving.
  • Hyperactiviteit
    Kinderen zijn extreem druk en beweeglijk, staan bijvoorbeeld geregeld op van hun stoel en “friemelen” met alles wat op hun tafel ligt.
  • Impulsiviteit
    Kinderen kunnen bijvoorbeeld niet op hun beurt wachten, flappen er al pratend van alles uit of barsten uit in een woedeaanval.

ODD

ODD (oppositional defiant disorder) is de Engelse afkorting voor oppositioneel opstandige gedragsstoornis. Kinderen met ODD vertonen onder meer de volgende kenmerken:

  • Agressief gedrag
    Kinderen brengen opzettelijk schade toe aan anderen of aan spullen, door bijvoorbeeld anderen uit te schelden, te slaan of buiten te sluiten.
  • Oppositioneel gedrag
    Kinderen willen niet doen wat anderen (met name volwassenen) zeggen, worden driftig als ze werk opgelegd krijgen of kwaad als ze gecorrigeerd worden.

 

Tegemoetkomen aan dezelfde behoeften

Eenzelfde aanpak

In de klas hebt u te maken met kinderen, die verschillende stoornissen hebben. De komst van passend onderwijs zal het aantal kinderen met een stoornis (of de diversiteit aan behoeften van kinderen) in uw klas niet verminderen. Daarom is het nodig dat u nagaat welke behoeften kinderen hebben. Ook is het nodig dat u passende aanpakken zoekt en bedenkt welke kinderen baat hebben bij eenzelfde aanpak. Met eenzelfde aanpak bereikt u verschillende kinderen tegelijk en voorkomt u onnodig tijdverlies tijdens de lessen en bij de voorbereiding ervan.
In de DSM IV – een psychiatrisch classificatiesysteem – vallen ADHD en ODD onder de noemer aandachtstekort- en gedragsstoornissen. Hoewel de stoornissen verschillen, hebben kinderen met deze stoornissen veel dezelfde behoeften. Ik geef u hiervan enkele voorbeelden.

Bied overzichtelijke en motiverende opdrachten

Kinderen met ADHD verliezen snel hun interesse voor hun taak. De taak die ze moeten maken, heeft dan niet voldoende prikkels om de aandacht er goed bij te kunnen houden. Deze kinderen gaan dan op zoek naar prikkels in hun omgeving en verleggen hun aandacht naar iets anders dat hen wél prikkelt. Ook hebben ze moeite met grote opdrachten, die uit meerdere delen bestaan.
Kinderen met ODD zijn regelmatig niet gemotiveerd om schooltaken uit te voeren. Ze willen niet beginnen met hun werk of raffelen hun werk af.
Door stimulerende, interessante taken aan te bieden, vergroot u de kans dat een kind met ODD aan het werk gaat. Maar ook vergroot u hierdoor de kans dat een kind met ADHD langer zijn (of haar) aandacht bij de taak houdt.
Verdeel bijvoorbeeld grotere taken in deeltaken, zodat kinderen snel succes ervaren. Vergeet daarbij niet om expliciet aan te geven welke onderdelen van een opdracht wél en welke niet gemaakt moeten worden. En voorkom teleurstelling bij kinderen, wanneer blijkt dat ze toch nog de verkeerde sommen hebben gemaakt.

Beloon regelmatig

Kinderen met ADHD en ODD hebben vaak motivatie van buitenaf nodig, om door te kunnen zetten met hun werk. Deze kinderen kunnen een negatiever zelfbeeld hebben dan andere kinderen. Bijvoorbeeld omdat hun schoolprestaties minder zijn. Omdat hun werk niet af is. Of omdat ze het verkeerde onderdeel gemaakt hebben, vanwege een onvoldoende gevolgde instructie.
Een extra beloning motiveert om door te gaan. Kinderen kunnen dan zichzelf ervoor inzetten om iets goed te doen. Maak gebruik van beloningssystemen, die passen bij het kind en bij de mogelijkheden in de klas. Varieer ook met die beloningen. U kunt een beloning geven als een kind zich goed heeft gedragen richting anderen, maar ook als een kind delen van een taak heeft gemaakt. Tussentijds belonen motiveert immers om een opdracht, waaraan begonnen is, verder af te maken.

Spreek duidelijke regels af

Kinderen met ADHD hebben – net zoals kinderen met ODD – baat bij duidelijke regels. Wanneer u regels uitlegt, hebben kinderen met ADHD niet altijd de rust om goed te luisteren, waardoor sommige regels hen ontgaan. Bovendien hebben ze door hun impulsieve gedrag moeite om zich aan regels te houden. Kinderen met ODD zoeken naar grenzen van gedrag en “testen” hun leerkracht. Daarnaast zijn ze vaak verbaal zwakker dan andere kinderen.
Voor zowel kinderen met ADHD als met ODD is het zinvol dat u regels visualiseert en expliciet bespreekt. Bedenk bijvoorbeeld bij meer vrije situaties – zoals buitenspelen of overblijven – vooraf samen met de kinderen wat zij kunnen doen. Dus: maak afspraken! Houd daarbij in uw achterhoofd dat deze kinderen speciale behoeften hebben (zoals extra bewegen) en stem de afspraken die u met hen maakt hierop af. Haalbare regels en afspraken voorkomen correcties, die van deze kinderen niet verwacht kunnen worden.

Ondersteun de kinderen in contacten met klasgenoten

Zowel kinderen met ADHD als kinderen met ODD kunnen baat hebben bij het oefenen van vaardigheden, die ze nodig hebben als ze met klasgenoten willen omgaan.
Kinderen met ADHD weten meestal wel “hoe het hoort”, maar kunnen tóch teleurstelling wekken bij klasgenoten. Impulsief gedrag zorgt ervoor dat kinderen met ADHD hun afspraken niet nakomen. Ze vergeten bijvoorbeeld dat ze afgesproken hadden om in de pauze met een klasgenoot te spelen.
Kinderen met ODD kennen vaak maar één manier van handelen, namelijk: agressief handelen. Ze weten niet hoe ze op een aardige manier kunnen reageren. Ook vatten ze acties van anderen vaak negatief op, terwijl die acties helemaal niet negatief bedoeld zijn. Dan kunt u een kind met ODD bijvoorbeeld uitleggen dat iemand hem (of haar) per ongeluk aanraakte en dat het dus niet expres gebeurde.

Spreek positief over de kinderen

Uiteraard vinden alle kinderen in uw groep het prettig als u aardige dingen over hen zegt. Maar voor kinderen met ADHD of ODD is dat nog eens extra belangrijk!
Kinderen met ADHD of ODD worden doorgaans meer gecorrigeerd dan kinderen zonder speciale behoeften. Klasgenoten kunnen hierdoor een negatief beeld van deze kinderen krijgen. Door regelmatig te vertellen wat deze kinderen goed doen, wordt dit beeld positiever.
U kunt negatieve woorden vermijden, door samen met een kind met ADHD of ODD een codewoord af te spreken. Dit kan elk willekeurig woord zijn. Bijvoorbeeld: “auto”. Als een kind dan op een ongewenst moment door de klas roept, gebruikt u het codewoord, in plaats van een correctie als: “Jij moet op je beurt wachten!”

Verschillen

Zoals uit bovenstaande voorbeelden blijkt, kunt u regelmatig gebruikmaken van eenzelfde aanpak. Enkele verschillen zijn er natuurlijk óók. Ik noem de volgende zaken:
– Kinderen met ADHD kunnen bijvoorbeeld impulsief zijn, waardoor het voor hen lastig kan zijn om “tot tien te tellen”. Ze kunnen zich geïrriteerd voelen of worden steeds bozer als ze zich in moeten houden.
– Kinderen met ODD zijn over het algemeen minder gevoelig voor belonen en straffen. Wél hebben ze behoefte aan belonen, net als kinderen met ADHD. Daarnaast is het voor kinderen met ODD belangrijk dat u ook duidelijk consequenties aangeeft, als ze bijvoorbeeld bepaalde regels niet opvolgen. Voor alle kinderen – maar zeker voor kinderen met ODD – is het van groot belang dat u regels consequent hanteert.

Tot slot

In dit artikel heb ik een aantal voorbeelden beschreven van hoe u rekening kunt houden met behoeften van kinderen met ADHD en ODD. Vaak zullen deze tips hun vruchten afwerpen. Maar houd er altijd rekening mee dat ieder kind uniek is. Een van de uitdagingen voor een leerkracht is om steeds opnieuw te zoeken naar de meest effectieve aanpak voor dit bepaalde kind op dit bepaalde moment. Alleen dan kunt u een kind de juiste handvatten bieden en kan extra hulp geleidelijk worden afgebouwd.

Meer informatie

• U leest meer over ADHD en ODD in de map Wijzer Onderwijs: Aandachtstekort- en Gedragsstoornissen, een praktische map met achtergrondinformatie over (en tips voor) het omgaan met kinderen met deze stoornissen in de klas en op school. Ook is de stoornis CD (conduct disorder; antisociale gedragsstoornis) opgenomen in deze map.
• Wijzer Onderwijs is een project, dat zich richt op het omgaan met kinderen met speciale onderwijsbehoeften, zoals kinderen met een autisme spectrum stoornis (ASS), ADHD of angst. Meer informatie vindt u op: www.wijzeronderwijs.nl.

Gebruikte literatuur

• APA (American Psychiatric Association), Diagnostic and statistical manual of mental disorders (4de editie), American Psychiatric Association, Washington DC, 1994.
• K. van der Veer, J. Vos & V. Duijnhouwer, Wijzer Onderwijs: Aandachtstekort- en Gedragsstoornissen, Uitgeverij Partners, Rotterdam, 2008.